Omgaan met kansarmoede in de kleuterschool en het basisonderwijs

Enkele mogelijkheden tot concrete actie ( bron: Cego –bewerkt)

Kosten op school

PC, internet, werkmateriaal (voor beroepsrichtingen vaak duur) schoolboeken, schoolmateriaal (kopieën, agenda, schooltas, rekenmachine, passer, sportkleren…), schooluitstappen (Parijs, Londen, …), grotere reizen (Italië, Griekenland, …). Een beperkt inkomen betekent voor de meeste kansarme gezinnen hét knelpunt in de contacten met de school.

Sos-schulden op school geeft heel wat tips. Zie: schuldenopschool.be

Aandachtspunten of suggesties

  • Afspraken maken om de tact en de discretie altijd te bewaken
  • De financiële inspanning van de ouders binnen de perken houden
  • Bijkomende zaken niet inschakelen in het basispakket
  • Organiseren van gespreide betalingen voor grotere bedragen
  • Nagaan hoe, wanneer en hoeveel schoolfoto’s genomen worden
  • Bepalen wanneer de directie en andere diensten worden ingeschakeld bij niet betalen
  • De onkosten in september en december spreiden (zijn de twee duurste maanden)
  • Schooluitstappen spreiden
  • Hulp aanbieden aan bij het invullen van de formulieren schooltoelagen
  • Zet de “sociale kas” van de school discreet en gericht in naar de meest kwetsbare gezinnen en vergeet niet diegenen die vanuit schaamte niet zelf de problemen aankaarten

Mondelinge communicatie met ouders

De ouders van die kinderen, die je zou willen zien, krijg je nooit te zien, en dat is zo frustrerend…”

-Vele ouders in armoede komen niet naar school voor een oudercontact, een open klasdag. Gezien het verschil in cultuur begrijpen ze soms niet wat er  wordt verteld. Ze schamen zich ten opzichte van andere ouders omwille van kledij, taal,… Ze zijn bang voor de minder goede resultaten van zijn kind…Ze weten niet wat de verschillende codes op het rapport willen zeggen. Ze zijn angstig omdat men denkt dat men niet zo goed kan praten als de leerkracht,…

-Ook voor de kinderen is dit een probleem: ook zij schamen zich soms voor hun ouders. Ze vinden het zo jammer dat hun mama en papa nooit eens naar school komen en voelen zich geïsoleerd.
-Leerkrachten hebben het op zo’n momenten ook vaak moeilijk, ook voor hen is dit een pijnmoment. Hoe slaag je erin alle ouders evenveel aandacht te geven, ook de minder mondige. Hoe krijg je het voor elkaar dat ouders elkaar evenwaardig benaderen? Hoe ga je om met de grote(re) kwetsbaarheid, het andere  taalgebruik of gedrag?

Aandachtspunten of suggesties

Bouw van bij de start van het schooljaar een vertrouwensrelatie op door je niet te beperken tot een contact via de klasagenda. Benut ook informele contactmomenten. Zo is er al een vertrouwensband wanneer er n.a.v. problemen een individueel gesprek nodig is.

Nodig bij ‘slecht-nieuws-gesprekken’ altijd beide ouders uit. Dit zorgt ervoor dat beiden op hetzelfde moment dezelfde informatie krijgen.

Geef ook de  positieve boodschappen over het kind mee.

Indien het gaat om een gesprek buiten de reeks geplande oudercontacten: nodig indien mogelijk de ouder mondeling uit, laat niet te veel tijd tussen de uitnodiging en het eigenlijke gesprek, zo vermijd je dat de ouders zich intussen te veel zorgen maken

Bereid het gesprek goed voor: wat wil je over het kind weten, wat wil je over het kind vertellen, wat wil je bereiken, welke afspraken wil je maken

Neem de tijd om naar hen te luisteren, naar hun beleving te peilen en zorg voor een evenwicht tussen luisteren naar de ouders en zelf praten

Probeer regelmatig na te gaan of jouw boodschappen overkomen zoals jij ze bedoelt en maak heel concrete afspraken

Schriftelijke communicatie met ouders

Heel wat boodschappen worden meegedeeld langs schriftelijke weg: brieven, agenda, heen-en-weer-schriftje, schoolreglement…

Wat werkt goed, en wat minder? Waar wringt het schoentje precies? Hoe kunnen we de schriftelijke communicatie meer toegankelijk maken? Waar beginnen we eerst mee? Hoe evalueren we het? Wie doet wat?

Aandachtspunten of suggesties

Hou er rekening mee dat niet reageren op schriftelijke communicatie helemaal geen uiting is van niet willen of niet geïnteresseerd zijn

Maak de inhoud van de brieven duidelijk aan de hand van tekeningen en illustraties

Licht de brieven mondeling toe (ev. via de kinderen)

Signaleer bij meer complexe vragenlijsten of dergelijke dat de klastitularis of de directie bereid is om de documenten met hen in te vullen

Gebruik bepaalde kleuren of pictogrammen voor brieven van verschillende betekenis: bv. gele brieven moeten ondertekend en terug meegebracht worden; groene brieven zijn gewone mededelingen, blauwe brieven zijn vragen om materiaal mee te brengen; rode brieven zijn uiterst belangrijk om te lezen,…

Geef de kinderen zo vroeg mogelijk medeverantwoordelijkheid in het doorspelen van informatie. Bvb. een stempeltje op de hand betekent dat er een brief moet worden afgegeven

13 trucs voor een laagdrempelige brief (bron: Klasse.be)

  • Geef je brief een titel. Behandel geen verschillende onderwerpen in één brief.
  • Maak korte zinnen. Vermijd samengestelde zinnen.
  • Gebruik geen moeilijke woorden.
  • Zorg voor alinea’s die de tekst logisch en stap voor stap opbouwen.
  • Gebruik actieve zinnen in plaats van passieve: ‘De kostprijs zal op de maandelijkse factuur verrekend worden’ wordt ‘We zetten het op de rekening’.
  • Zet het onderwerp voorop in de zin.
  • Schrijf zo direct mogelijk: ‘De leerlingen mogen een rugzakje meebrengen’ wordt ‘De leerling brengt een rugzak mee’.
  • Gebruik geen afkortingen of letterwoorden (CLB, aso …).
  • Gebruik een groot lettertype.
  • Schrijf getallen altijd in cijfers.
  • Zorg voor voldoende regelafstand.
  • Zet niets cursief.
  • Gebruik pictogrammen of illustraties om de tekst te ondersteunen.

(Op zoek naar meer tips om een eenvoudige brief te schrijven? Of je wilt aan de slag met pictogrammen? Vind inspiratie op www.klasse.be/leraren/help)

 

Werken in de klas

De aangeboden leerinhouden zijn  soms onherkenbaar en levensvreemd. Ze sluiten niet aan bij de leefwereld. De handboeken, verhalen, opdrachten, vragen zijn soms niet realistisch en bieden weinig identificatiemogelijkheden. (Papa’s die naar kantoor vertrekken en helpen bij knutselwerkjes, mama’s die leuke spelletjes spelen en op woensdagnamiddag met de kinderen naar de film trekken).

Tegelijk wordt er onvoldoende ingespeeld op de sociale bagage en de soms sterk ontwikkelde zelfredzaamheid.. Hier liggen kansen om het zelfvertrouwen en zelfwaarde gevoel van de leerlingen te ondersteunen.

Aandachtspunten of suggesties

Het onderwijs laten aansluiten bij concrete ervaringen: zorgen voor concreet materiaal, bezoeken in de buurt,…

Nuttige zaken aanleren zodat ‘leren’ echt zin krijgt: fietsen oefenen in de kleuterklas, reclamefolders uitpluizen in de lagere school

Inspelen op activiteiten uit ieders leefwereld: karaoke, timmeren en knutselen met wegwerpmateriaal, ….

Zorgen voor afwisseling tussen fysieke en mentale inspanning en ontspanning

Kinderen actiever betrekken bij het leerproces door een variatie in de werkvormen –zelfstandig werk, groepswerk, zelfevaluatie – en ze hierbij ondersteunen

Boeken aanbieden waarin alle kinderen zich herkennen

Voldoende gradaties inbouwen zodat de angst om te falen kleiner wordt

De zorg voor het kind op de speelplaats

Heel wat ervaringen, belevingen, gevoelens die verborgen bleven, komen op de speelplaats op verschillende manieren tot uiting. We zien kinderen in armoede die zich juist daar zeer ontladend opstellen. Anderen kruipen als het ware weg, vermijden het contact met andere kinderen en worden daardoor uitgesloten. Soms worden ze gepest of  pesten ze zelf en hanteren ze stoer gedrag als middel om zichzelf te beschermen. Negatief gedrag roept soms negatieve verwachtingen op van leerkrachten en andere kinderen.

Relaties met anderen verlopen niet altijd optimaal  en fundamentele behoeften (erkenning krijgen, kunnen exploreren,…) worden niet bevredigd.

Aandachtspunten of suggesties

Met de kinderen bespreken hoe kan gespeeld worden tijdens de speeltijd (scenario’s aanbieden, spelmogelijkheden voorzien, materialen en activiteiten aanbieden, stimulerende tussenkomsten doen)

Kansen bieden tot motorische ontlading. Meer sport leidt tot betere schoolresultaten en ontwikkeling van extra talenten blijkt uit wereldwijd onderzoek

Het spelgedrag en het (zowel positief als negatief) sociaal gedrag van kinderen observeren en bespreken

Aandacht hebben voor wie gepest wordt, wanneer en door wie

Oog, oor en tijd hebben voor het oplossen van conflicten

Bij problemen met hygiëne zeer discreet ingrijpen

Sociale competentie helpen ontwikkelen: tonen hoe je een spelend groepje kunt binnen komen,, kinderen bewust maken van de effecten van hun gedrag,…

Leerinhouden waarbij taal een rol speelt

Hogere taalfuncties zoals redeneren, bevragen, reflecteren, rapporteren, fantaseren, anticiperen, zijn bij sommige kinderen  minder goed uit gebouwd. Het luisteren naar de leerkracht en de medeleerlingen tijdens kringgesprekken, onthaalgesprekken en klassieke instructiemomenten verloopt soms moeilijk. Het zelf moeten spreken voor een grote groep, het antwoorden, het opkomen voor zichzelf ten opzichte van mondige kinderen ligt ook gevoelig. Zelfvertrouwen krijgt soms een deuk., waardoor de betrokkenheid weg zakt. Wanneer kinderen zich niet goed voelen wordt dat soms gecompenseerd door storend gedrag als afleidingsmanoeuvre of gelaten stilzwijgen.

Aandachtspunten of suggesties:

Taal in de eerste plaats blijven zien als een middel om contact te leggen: gebarentaal, lichaamstaal en dialectwoorden als aangrijpingspunten benutten

De abstracte begrippen ondersteunen met bijpassende beelden door prenten, tv-fragmenten, you-tube te gebruiken bij verhalen

Veel kansen geven tot praten in kleine groepen en het alleen spreken voor een grote groep vermijden

Aan impliciete taalverbetering doen (zelf het correcte taalgebruik herhalen) . De belangstelling voor bepaalde onderwerpen benutten en aangrijpen voor taalstimulering

Vertellen en verwoorden wat er met of rond hen gebeurt

Kinderen niet dwingen om lang te blijven zitten in kringmomenten waarin ze hun aandacht onmogelijk kunnen handhaven, maar erover waken dat men in de loop van de dag goede gesprekken met hen heeft

Een rijk taalbad aanbieden via voor iedereeen herkenbare  verhalen, prentenboeken, liedjes, rijmpjes, uitspraakspelletjes

Onbegrijpelijke taal decoderen: actief luisteren naar wat kinderen willen meedelen, dit zelf omzetten in begrijpelijke taal en dan toetsen bij de kinderen of dit de boodschap was die ze wilden overbrengen

Hun lichaamstaal aangrijpen als vertrekpunt en helpen omzetten in gesproken taal

Differentiëren in het taalaanbod

Rekening houden met ieders  tempo, soms trager vertellen

De leescultuur bevorderen: alle kinderen én ouders vertrouwd maken met de bibliotheek, boeken uitlenen, voorlezen uit boeken,… Zo veel mogelijk de inhoud concretiseren. Verbanden leggen met de eigen ervaringen