Uitspraken rond “onderwijs en armoede” (verzameld tijdens een bijeenkomst met gezinnen van de Welzijnsschakel). De Welzijnschakel gelooft sterk in de hefboom die het onderwijs kan bieden aan kinderen om uit de armoede te geraken. Maar er is nog werk aan de winkel.

“Op school doen ze wel hun best. Om de kosten van de schoolreis te drukken, houden ze een taartenverkoop. Maar van mijn beide kinderen een taart kopen is toch niet zo evident.”

“Hoewel de schooluitstappen duur zijn, ben ik toch blij dat mijn kinderen dit kunnen meemaken. Met het ganse gezin zou dit niet betaalbaar zijn.”

“Op een dag moest ik naar de directrice. Ze zei dat ze haar zorgen maakte: twee kinderen die warm blijven eten, dat moest voor mij financieel zwaar zijn. Ik was heel erg ontzet: ik vind het belangrijk dat mijn kinderen goed eten en ik had steeds tijdig betaald.”

“Mijn kinderen zijn uitblinkers in andere dingen dan rekenen.”

“Op het schoolfeest wil ik mijn kind graag frietjes of een ijsje geven. Daarnaast moet ik zelf ook nog iets drinken. Ja, zo’n feest is vaak een zware kost.”

“Na een schooldag kwam mijn kleinkind met blauwgeschopte benen naar huis. Ze wilde niet zeggen wie haar zo geschopt had, maar als snel kwam ik te weten dat L. het gedaan had. Later sprak ik de leerkracht hierover aan. Ze zei dat L., een kind met zo’n goede opvoeding, dit nooit gedaan kon hebben. Daarmee werd de zaak afgesloten.”

“De school vergeet in haar communicatie vaak te vermelden dat kansenpastarief mogelijk is. Dit wil zeggen dat ik er steeds zelf om moet gaan vragen.”

Dit bericht is geplaatst in Armoede.org. Bookmark de permalink. Both comments and trackbacks are currently closed.