Plattelandsarmoede

Plattelandsarmoede, er wordt niet zoveel over gepraat, er wordt niet zoveel onderzoek naar gevoerd, maar het is er wel.

De eerste vraag hierbij is natuurlijk wat is platteland? Meestal situeert dit zich in niet-verstedelijkte gebieden, bv. het Hageland, de Westhoek, Haspengouw, de Vlaamse Ardennen,… Kenmerkend zijn kleine(re) woonkernen met meer verspreid liggende woningen.

De tweede vraag is dan: “is er armoede op het platteland, en zo ja, hoe kenmerkt deze armoede zich?” We zijn voor deze bijdrage schatplichtig aan Carmen Mathijssen die in haar rapport “Armoedebestrijding op het platteland. Op zoek naar knelpunten en uitwegen” (Cera, 2010) een oplijsting maakt van de kenmerken van plattelandsarmoede.

Onzichtbaar – moeilijk meetbaar

Armoede op het platteland verschilt in zijn basiskenmerken niet van armoede in een stedelijke context. We stellen wel vast dat armoede in een landelijke context minder zichtbaar is. Omwille van de ruimtelijke spreiding van de woningen, maar vooral omdat mensen in een kleine gemeenschap veel minder anoniem zijn en dat maakt de stap naar formele hulpverlening veel moeilijker. Voor onderzoekers en beleidsmakers maakt dit armoede veel minder meetbaar en dus onzichtbaar.

De ruimtelijke spreiding en het proberen vast te houden aan positief beeld naar de buitenwereld toe maakt dat mensen in armoede minder geneigd zijn om groep te vormen, om als arme mensen samen naar buiten te komen.

Daar gaan ze…

We stellen vast dat de aanwezigheid van voorzieningen op het platteland afneemt. De bakker, de beenhouwer, de buurtwinkel verdwijnt stilaan uit het dorpsbeeld. Meer en meer diensten centraliseren zich: lokale kantoren of zitdagen van bv. mutualiteit, vakbond, banken,… worden afgebouwd. Zorg- en onderwijsinstellingen vestigen zich in centrumgemeenten.

Ook op vlak van vrije tijd stellen we een schaalvergroting vast. We zien sportclubs fuseren of bv. hun jeugdwerking afbouwen of verhuizen naar grotere centra.

We zien heel wat lokaal sociaal cultureel werk verdwijnen. Het actieve ledenbestand neemt dusdanig af dat ook zij gaan samenwerken met buurgemeenten of de afdelingen gewoon opdoeken.

Busje komt niet zo …

Samen met het wegtrekken van diensten en voorzieningen is het gebrek aan openbaar vervoer een van de grootste problemen voor mensen in armoede op het platteland.

Niet enkel het gebrek aan openbaar vervoer, maar vooral ook het niet kennen van de mogelijkheden van het openbaar vervoer isoleert mensen. Mensen weten niet hoe ze de belbus moeten contacteren. Mensen hebben moeite om de uurroosters van de bus te lezen. De systemen om een ticketje te kopen worden alsmaar ingewikkelder voor hen waardoor ze meestal te dure ticketjes kopen.  Mensen willen wel deelnemen aan activiteiten in bv. het cultuurcentrum, maar dikwijls geraken ze na afloop niet meer thuis.

Om’t rijtje vol te maken…

Huisvesting is een groot probleem voor mensen in armoede. Er zijn weinig of geen sociale woningen, er zijn ook zeer weinig huurwoningen. Heel wat mensen in armoede zijn eigenaar van hun woning, omdat je op het platteland soms relatief goedkoop een oudere woning kunt kopen. Maar dit zijn meestal woningen waar veel renovatiewerken aan zijn. Het budget om deze uit te voeren ontbreekt bij velen. Doordat noodzakelijke werken zoals isolatie, vernieuwing van de nutsvoorzieningen,… niet kunnen worden uitgevoerd lopen de kosten voor energie en water dikwijls zeer hoog op.

Het gebrek aan werkgelegenheid is een ernstig probleem. Mensen vinden wel werk maar moeten pendelen of moeten verhuizen. Mensen in armoede die laaggeschoold zijn, en niet de mogelijkheid hebben om te verhuizen hebben het dan ook zeer moeilijk. Meestal is het verschil tussen hun loon en een uitkering niet zo groot, in sommige gevallen houden ze na aftrek van kosten voor vervoer en kinderopvang minder over en bijkomend verliezen ze als loontrekkende een aantal rechten, die ze wel hadden als uitkeringsgerechtigde.

Heel wat jongeren en jonge gezinnen trekken weg van het platteland, om dichter bij hun werk en/of dichter bij alle mogelijke voorzieningen te wonen. Dat brengt ons op het probleem van de vergrijzing. Het platteland vergrijst en heel wat van haar oudere bewoners kampen met problemen van armoede en isolement. Op vlak van vrijetijdsactiviteiten ligt daar een enorme uitdaging: hoe haal je mensen die minder mobiel zijn en minder financiële mogelijkheden hebben uit hun isolement? Hoe voorkom je dat deze mensen vereenzamen?

Het verhaal moet worden gemaakt …

Goede modellen die werken in stedelijk context lukken niet altijd op het platteland. We zoeken naar goede wegen om mensen in armoede op het platteland toe te leiden naar de hulpverlening, werk, opleiding, groepswerkingen, het vrijetijdsaanbod. Het blijft proberen, ontwikkelen, bijsturen, … dit is pas het begin, het verhaal gaat voort en we zullen u van het vervolg graag op de hoogte houden. We kijken ook uit naar mensen die dit verhaal samen met ons willen schrijven. U mag ons altijd contacteren.

(gebaseerd op tekst van het fonds vrijtijdsparticipatie –www.fondsvrijetijdsparticipatie.be -en de studie van Carmen Mathijssen)

“Het artikel “Plattelandsarmoede en vrijetijdsparticipatie” van Marja Hermans verscheen in Momenten nr. 7, het tijdschrift van Demos vzw.”